Op weg naar de top

Op weg naar de top

Wat bergbeklimmen mij leerde over coaching, mentale kracht en over jezelf tegenkomen

Nog tien weken. Dan sta ik aan de voet van de Kilimanjaro.
Mijn kinderdroom.

Een échte hoge berg. Een tocht waarvoor ik anderhalf jaar heb getraind, geoefend, dingen voor heb gelaten. Bergen heb beklommen die kleiner waren, maar me al leerden wat het betekent om je grenzen op te zoeken. Om te voelen wat er in je gebeurt als je door wil, terwijl alles in je schreeuwt om op te geven.

De afgelopen achttien maanden draaide er voortdurend een programma op de achtergrond.
Een mix van daadkracht, discipline, voeding, schema’s en spanning.
Een fladderend gevoel van opwinding én nervositeit.
Wat ga ik daar tegenkomen? Heb ik wel genoeg gedaan? Wat kan ik nog aanpassen? Waar moet ik nog aan denken?
Het houdt me bezig. Iedere dag.

Toch voelt het ook verbonden met mijn werk. En lijkt het zelf hand-in-hand te gaan.

Wat heeft bergbeklimmen te maken met wat ik doe als coach?
Alles.
De reis naar de top lijkt verdacht veel op de reis naar jezelf.

Als je onderweg bent – koud, moe, duizelig van de hoogte – dan komen ze.
De stemmen.
‘Je kan het niet.’
‘Dit is een stom idee.’
‘Waarom heb je hier al je tijd en geld aan besteed?’

En alsof dat nog niet genoeg is, hoor je ook de stemmen van anderen.
Twijfel. Onbegrip. Ongeloof.
"Waarom zou je dit doen?"
"Is dat wel veilig?"
"Je hebt toch al genoeg bereikt?"

Dán komt het aan op iets diepers.
Iets dat niet van buitenaf komt.
Dan moet je graven.
Diep. Naar de kern van jezelf.
Naar dat vuurtje van binnen.
Naar je échte, rauwe motivatie.

Want als je daar op de berg staat – dan is er niemand meer die het voor je doet.
Dan tellen mooie praatjes en uiterlijke schijn niet.

Alleen jij telt. Puur alleen met je adem, je voeten op de aarde, je blik gericht op de top.

Op een berg kom je jezelf tegen.
En er is geen ontkomen aan.
Alle training, alle gear, alle voorbereiding helpt, maar uiteindelijk is het je hoofd – je hart – die bepaalt of je doorgaat.
Of je blijft luisteren naar de stemmen van twijfel.
Of je kiest om te geloven in jezelf.
Elke stap. Elk woord dat je tegen jezelf zegt.
Tot het stil wordt.
En je mag zíjn.

En dat is waar coaching over gaat.
Niet over de top, maar over de weg ernaartoe.
Over voelen. Kiezen. Ademen. Volhouden.
Over ruimte maken voor jezelf.

De berg leert mij wat ik anderen leer.
Hoe je beweegt met het leven, in plaats van ertegen te vechten.
Hoe je luistert naar je lichaam. Naar je grenzen. Naar je vuur.

In oktober vertrek ik.
Op expeditie.
Niet alleen naar de top van Kilimanjaro,
maar naar nóg meer verdieping – in mezelf,
en in het werk dat ik met liefde doe.

En als ik daar straks sta –
On top of the world –
Dan weet ik: ik heb dit niet overwonnen.
Ik ben er naartoe gegroeid.
Stap voor stap.

Vorige
Vorige

Discipline vs motivatie